In 1946 sloot de club zich aan bij Nederlandsche Bridge Bond en in 1947 startte men met allerlei wedstrijden zowel paren- als ook viertallenbridge.
Jaarverslagen uit die tijd meldden dat men met zo'n vijf viertallen deel nam aan de districtscompetities. Het reizen er naar toe was in die naoorlogse periode een verhaal apart. Slechts enkelen waren in het bezit van een automobiel en men reisde dan ook met deze autobezitters naar de wedstrijden. En dat was een kostbare zaak. Tijdens een jaarvergadering verzocht de voorzitter dan ook beleidvol om de benzinekosten niet in rekening te brengen bij de club omdat dan de vereniging aan de grond zou zitten en dat deed men dan ook niet waarvoor de autobezitters hartelijk werden bedankt.
Ook de heer Cor de Haan, de vader van de onlangs overleden Martien de Haan werd hartelijk bedankt voor de schappelijke prijs die hij berekende als er gereisd was met zijn bus naar een drive of als er een uitstapje gemaakt werd naar de ijsrevue in Amsterdam of een bezoek aan Schiphol werd gebracht. Want dat was een jaarlijkse traditie waar ook driftig voor gespaard werd.
In 1948 kwamen er wat problemen. Jaarlijks werden er bevrijdingsmarsen gehouden en de voorzitter beklaagde zich er over dat er maar 10 leden aan deelnamen terwijl de andere leden langs de kant van de weg stonden. Een ander punt dat het bestuur dwars zat was dat er leden waren die het niet op prijs stelden dat zwakkere bridgers geholpen werden om hun speelpeil te verbeteren! Kennelijk bang voor concurrentie? Voorzitter Kuiper trok fel van leer tegen deze in zijn ogen oneerlijke leden. Dan was er ook nog de kwaadsprekerij buiten het bestuur om en dan met name in de scheersalon van Thoolen. Het gaat erom om van elkaar te leren en niet om elkaar uit te kleden,aldus de notulist. Het spelpeil was toch al een bron van zorg voor het bestuur,vooral als de resultaten in de provincie te wensen overlieten.
Nu komt de heer Vader uit Rotterdam in beeld als zijnde een reddende engel voor de club. Deze heer was in die tijd een landelijke grootheid op het gebied van bridge. De leden werd aangeraden om zijn artikelen en wijze lessen goed te bestuderen en veel te oefenen zodat de resultaten weer omhoog zouden gaan, want zegt de voorzitter:"De heer Vader is geen kwajongen".
Het bestuur stelde voor om de heer Vader uit Rotterdam voor een week naar Wieringen te laten komen om les in bridge te gaan geven: "Om ons wat bij te brengen en ons spelpeil te verhogen want zoals het nu gaat, gaat het het goed mis. We kunnen niet meer op tegen andere verenigingen. Er wordt zelfs genoten als een koppel een keer weinig haalt, dat is groeien in een ander z'n bed", aldus een strenge voorzitter.
De eerste vermelding van "Ome" Dirk Garrelts stamt ook uit 1948 toen hij tot kascommissielid werd benoemd. Ook was hij kandidaat voor een bestuursfunctie maar hij kreeg slechts 1 stem.
Als je lijnenkampioen was geworden en een beker of medaille had gekregen dan was je nog niet jarig. Je werd dan min of meer vrijwillig verplicht om een rondje te geven. Een gift aan de reiskas van 10 gulden werd ook zeer op prijs gesteld. Voor die tijd een hoop geld. Wat zou een arbeider in die tijd per week verdiend hebben? 15,00 gulden?
Zullen we zeggen dat bridge spelen aanvankelijk een elitaire bezigheid was. Gelukkig is dat nu niet meer het geval. Maar niet zelden bedankten leden omdat ze de contributie niet konden betalen. Vijftig cent per week in '45 was bepaald niet mals: Ofwel f 26,00 per jaar.
Citaat uit het jaarverslag '49-'50: Ook kreeg de bridgeclub nog een droevig bericht, n.l. dat van een overlijden van een der oprichters des Bridgeclub en sinds enkele jaren erelid, de heer Schriks, beter bij de leden bekend als "Opa". De voorzitter is ter begrafenis geweest en heeft daar ook namens de bridgeclub een krans gelegd en enkele gevoelvolle woorden gesproken. We zullen Opa dan ook op onze club niet vergeten. Dat hij ruste in vrede.
Een slecht jaar was 1950. De viertallen brachten er niets van terecht en ook op de diverse drives waren de resultaten maar matig en de voorzitter vond dat dat moest veranderen, het verloren terrein moest herwonnen worden. De voorzitter gaf de opdracht aan de leden om meerdere keren per week te oefenen. Toen hadden leden kennelijk nog zoveel ontzag en eerbied voor een voorzitter dat men een opdracht zonder meer aanvaarde en uitvoerde.
Secretaris van der Velde had aangegeven dat hij wilde stoppen omdat hij altijd alles alleen moest opknappen zoals het voorbereiden van speelavonden en drives, het opruimen van de bridgespullen en noem maar op, maar hij liet zich ompraten om toch maar weer door te gaan. Velen beloofden hem te helpen, echter anderen opperden dat dat werk door bestuursleden gedaan moest worden want daarvoor zijn ze toch bestuurslid(!).
Ook besloot men om uit de NBB te stappen en zich aan te sluiten bij de Westfriese Federatie, een soort samenraapsel van diverse bridgeverenigingen uit Westfriesland die ook drives voor paren en viertallen organiseerde. Reden van uittreding was dat men vond dat de Nederlandse Bridgebond maar raar met het geld omsprong.
Bridge was in die tijd ook een echte mannen bezigheid, op mevrouw Hegeman na, of zullen we zeggen een "Heerenbezigheid". De voorzitter stelde voor om ook eens iets voor de dames van de leden te gaan organiseren en te betalen uit de reiskas, bijvoorbeeld een feestavond in plaats van het jaarlijkse uitje. Dat vonden ze goed. Maar diegene die niet op die feestavond kwam moest wel z'n gespaarde geld terug hebben doch daar voelde het bestuur niet veel voor want dat was z'n uitzoekerij! De heer Bosker zegt volgens de notulen: "Geef die mensen hun geld terug, dan geef ik f 100,-." Luid applaus. Ja, allicht want dat was een smak geld.
Uit het jaarverslag valt op te maken dat de jaarlijkse drive in november, de voorloper van de latere palingdrive zo'n 140 bridgers uit geheel Noord-Holland naar Hippolytushoef deed komen en allen waren vol lof. De prijzen bestonden toen veelal uit bekers, wisselbekers, medailles, asbakjes, lepeltjes en dergelijke.
Het ledental schommelde om de vijftig, in het begin iets meer maar na 1952 iets er onder en het bestuur verzocht de leden om anderen in de familie of kennissenkring enthousiast te maken voor bridge maar dat had geen resultaat.
Wordt vervolgd.
Terug Het ontstaan van de club